Skip to Content

Veelgestelde vragen

Alles wat u wilde weten, maar misschien niet durfde te vragen

Denk aan een internist als de "detective" van het ziekenhuis. Waar een chirurg graag snijdt, puzzelt de internist liever. Wij kijken naar uw hele lichaam en hoe alle organen samenwerken. Of het nu gaat om uw nieren, bloeddruk, hormonen of infecties: wij zoeken uit waar de oorzaak van het probleem zit, en hoe we dat het beste kunnen aanpakken.

Uw huisarts beslist als u moet worden doorverwezen naar de internist. U krijgt van hem/haar een doorverwijzingsbrief waarop uw voorgeschiedenis en de hulpvraag staat aangegeven. Afhankelijk van de specifieke vraag wordt u doorverwezen naar de algemene internist of een internist met een extra aandachtsgebied (bijv. nieren, infectieziektes, kanker). Met dit briefje (dat ook een garantiebrief is) meldt u zich aan bij de poli van de specialist, waar er vervolgens een afspraak voor u wordt gemaakt.

We weten het, wachten is vervelend. Maar soms komt er een spoedgeval tussendoor of heeft een patiënt vóór u net wat meer tijd en aandacht nodig. Ooit bent u misschien die patiënt die extra tijd nodig heeft, en dan nemen we die ook voor u!

Zeker! Wij hebben juist graag dat er een begeleider mee komt. Twee paar oren horen meer dan één. Vooral als u zenuwachtig bent, is het fijn als er iemand bij is die kan meeschrijven of achteraf kan helpen herinneren wat de dokter precies zei.

Dokters gebruiken soms moeilijke woorden (we noemen dat "medisch jargon"). Trek gerust aan de bel! Zeg gewoon: "Sorry dokter, kunt u dat in gewone taal uitleggen?" We vinden dat helemaal niet erg, het is juist belangrijk dat u precies weet wat er aan de hand is. U kunt ook vragen of wij het ziektebeeld of de behandeling voor u kunnen opschrijven. Dan kunt u zelf, na het consult, meer informatie opzoeken. Wij zijn juist blij als patiënten beter op de hoogte zijn van hun eigen ziektebeeld. Op onze website kunt u vaak ook veel informatie vinden onder ‘Patiënten folders’.

Schrijf een kort lijstje met uw 3 belangrijkste vragen. Zo vergeet u niets door de zenuwen. En oh ja: weet welke medicijnen u gebruikt, dat bespaart ons een hoop zoekwerk! Neem ze eventueel allemaal mee naar de poli.

·        Uw verwijsbrief

·        Een geldig legitimatiebewijs

·        Uw verzekeringspasje of een foto ervan

·        Een lijst van uw medicijnen, of neem ze mee. Oogdruppels, 

         inhalers en zalfjes zijn ook belangrijk

·        Eventuele recente lab of rontgen uitslagen

Nee. Als er nuchtere bloedonderzoek gedaan moet worden, kan dit gerust op een andere dag. Als u met honger naar het consult komt, wordt het heel lastig voor u om te concentreren op het gesprek. Eet alstublieft, voordat u komt.

Nuchter betekent: minstens 8 uren niets eten of drinken voordat u wordt geprikt. Water mag wel, koffie, thee, sap of melk mogen niet.

Ja, dat mag – maar met mate en op de juiste manier. Rijst bevat koolhydraten en die verhogen uw bloedsuiker. Dat betekent niet dat u het nooit meer mag eten, maar wél dat het belangrijk is hoeveel en welke soort rijst u kiest.

Enkele tips:

  • Kies bij voorkeur zilvervliesrijst of bruine rijst of Bulgur in plaats van witte rijst.
  • Houd de portie rijst klein (bijvoorbeeld een kleine opscheplepel in plaats van een groot bord vol). Gebruik dit plaatje als geheugensteun, oftewel een kwart van je bord met rijst/aardappel/bamie, een kwart met vlees/vis/kip, de helft met groente.

Vermijd grote porties rijst samen met suikerhoudende dranken, zoals cola en soft.

Meer dan u denkt! Diabetes betekent niet dat u “niets lekkers” meer mag. Het gaat vooral om balans en portiecontrole.

U mag onder andere:

  • Groenten (bij voorkeur veel en gevarieerd)
  • Fruit (maar niet onbeperkt; 1 stuk per keer. Hoe groener, hoe beter)
  • Vis, kip, eieren
  • Peulvruchten (zoals bruine bonen, kousenband)
  • Zilvervliesrijst, bruine rijst of bulgur in plaats van witte rijst
  • Volkorenbrood (bruin brood) in plaats van witbrood

Wat is gevaarlijk?

  • Grote porties rijst of brood
  • Frisdrank en zoete sapjes. Ook met ‘diet’ of ‘zero’ drankjes moet u rekening houden. Alles met mate.
  • Veel koek, cake en snoep

Het draait niet om verbieden, maar om bewust kiezen en doseren. Uw huisarts, diëtist of diabetesverpleegkundige kan samen met u kijken wat past bij uw leefstijl.

Ook hier geldt: u mag veel, maar met aandacht voor zout.

Goed om vaker te eten:

  • Groenten en fruit
  • Vis
  • Ongezouten noten
  • Volkorenproducten
  • Peulvruchten

Wat is gevaarlijk?

  • Veel zout (bijvoorbeeld in bouillonblokjes, zoute vis, vleeswaren zoals sausijsjes, rookworst, nuggets)
  • Kant-en-klare snacks
  • Instant noodles en sterk gezouten gerechten

Een handige tip: proef eerst vóór u extra zout toevoegt. Veel mensen gebruiken ongemerkt meer zout dan nodig is.

Maximaal 5 gram zout per dag, of maximaal 2 gram natrium per dag. Dat klinkt misschien als best veel, maar pas op: 5 gram is ongeveer één afgestreken theelepel. Het ergste is dat het meeste zout dat we binnenkrijgen (zo’n 80%!) zit al verstopt in ons eten voordat we zelfs het zout/boullion blokje hebben aangeraakt. Denk aan brood, kaas, kant-en-klaar sauzen, en die lekkere snacks zoals vleesbroodjes of loempia’s of chips in ketjap!

Waarom is die 5 gram zo belangrijk? Te veel zout werkt als een magneet op vocht in uw lichaam. Hierdoor moet uw hart harder pompen en stijgt uw bloeddruk. Voor uw nieren is te veel zout ook hard werken; zij moeten al dat extra zout namelijk weer uit uw bloed filteren en uit plassen. 

Tips om minder zout te eten (zonder dat het saai wordt):

  • De verborgen zoutbommetjes: Probeer te koken met verse kruiden, peper, citroen, knoflook of gember in plaats van die extra bouillonblokjes of zoute ketjap.
  • Spoelen maar: Gebruikt u groenten of bonen uit blik of pot? Spoel ze even af onder de kraan; dat scheelt al een hoop zout.
  • Lees het etiket: Staat er meer dan 1,5 gram zout per 100 gram op de verpakking? Dan is het product een 'zoutbom'.

Een kleine waarschuwing: Heeft u hartfalen of ernstige nierproblemen? Dan kan uw internist of cardioloog u een strenger advies geven (bijvoorbeeld maximaal 3 gram). Volg in dat geval altijd het persoonlijke advies van uw arts op!

Hoge bloeddruk wordt niet voor niets de “silent killer” genoemd. De meeste mensen voelen er niets van.

Toch kan langdurig verhoogde bloeddruk schade geven aan:

  • Hart (kans op een hartaanval of hartfalen)
  • Nieren (kans op nierfalen en uiteindelijk dialyse)
  • Ogen (kans op wazig zien tot zelfs blindheid)
  • Hersenen (kans op een beroerte of dementie)

U voelt zich nu misschien fit, maar behandeling is bedoeld om problemen in de toekomst te voorkomen, zoals een halfzijdige verlamming of hartaanval. Juist omdat u zich goed voelt, willen we dat graag zo houden.

Ook een hoge bloedsuiker geeft in het begin vaak weinig klachten. Dat betekent niet dat het onschuldig is.

Langdurig verhoogde suiker kan schade veroorzaken aan:

  • Ogen (kans op wazig zien tot zelfs blindheid. Begint vaak met ‘s avonds niet goed kunnen zien)
  • Nieren (kans op nierfalen en uiteindelijk dialyse)
  • Zenuwen (kans op prikkeling en pijn in handen en voeten, ook wel bekend als ‘anansie’)
  • Bloedvaten (kans op verstopping, waardoor een hartaanval of beroerte kan ontstaan)

Behandeling is dus niet alleen om klachten te verminderen, maar vooral om complicaties op lange termijn te voorkomen. Zie het als: ‘het gaat nu goed, ik wil dat het over 10 jaar ook goed gaat’.

Wij begrijpen dat veel mensen vertrouwen hebben in traditionele middelen. Sommige kruiden of huismiddeltjes kunnen ondersteunend werken, maar ze vervangen meestal geen medische behandeling.

Belangrijk om te weten:

  • De werking en dosering zijn vaak niet goed onderzocht.
  • Sommige kruiden kunnen juist schadelijk zijn voor nieren of lever.
  • Ze kunnen een wisselwerking hebben met uw medicijnen.

Wilt u iets natuurlijks gebruiken? Bespreek het altijd met uw huisarts of internist. Wij staan open voor het gesprek. Het belangrijkste is dat uw bloeddruk en bloedsuiker goed onder controle blijven — op een veilige manier.